Uit de profeet Amos 3,1-8.4,11-12.
Hoort dit woord dat de Heer spreekt, over u, de zonen van Israël, over heel het geslacht dat Ik uit Egypte heb geleid. Mijn woord is:
U alleen heb Ik uitverkoren onder al de geslachten der aarde; daarom roep Ik u ook ter verantwoording voor al uw ongerechtigheden!
Gaan er ooit twee mensen samen op weg zonder dat zij elkaar gevonden hebben?
Brult ooit een leeuw in het woud zonder dat hij een prooi heeft? Of gromt er een leeuwejong in zijn hol zonder dat het iets te pakken heeft gekregen?
Schiet een vogel omlaag naar de knip op de grond zonder dat daar een lokaas ligt? Of wordt de knip van de grond opgenomen zonder dat er iets gevangen is?
Wordt in een stad de bazuin gestoken zonder dat de bewoners beven? Gebeurt er ooit in een stad een ramp zonder dat Jahwe daar de hand in heeft?
Zo ook doet de Heer, de Heer, nooit iets zonder dat Hij zijn besluit onthult aan zijn dienaars, de profeten.
De leeuw heeft gebruld: wie zou er niet vrezen? De Heer, de Heer, heeft gesproken: wie zou er niet profeteren?
Ik heb u ondersteboven gekeerd, even geweldig als Sodom en Gomorra; als een geblakerd stuk hout
zijt gij geworden dat aan een brand ontrukt is, maar gij hebt u niet tot Mij bekeerd: zo luidt de godsspraak van de Heer.
Daarom zal Ik zo met u handelen, Israël. En omdat Ik zo met u zal handelen, moet gij u gereedmaken, Israël, om voor uw God te verschijnen.
Psalmen 5,5-6.7.8.
Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt,
bij U kan geen booswicht vertoeven.
Geen zondaar kan U in de ogen zien,
Gij haat hen die onrecht bedrijven.
Die leugentaal spreken vernietigt Gij,
Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid.
Maar ik, door uw rijke genade
mag binnengaan in uw huis.
Ik werp mij neer voor uw tempel
in eerbied voor U, mijn Heer.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 8,23-27.
Toen Jezus in de boot stapte, volgden zijn leerlingen Hem.
Opeens raakte de zee in hevige beroering, zodat de golven over de boot sloegen; Hij echter lag te slapen.
Zij gingen naar Hem toe en maakten Hem wakker met de woorden: 'Heer, red ons, wij vergaan!'
Hij sprak tot hen: 'Waarom zijt gij bang, kleingelovigen?' Dan stond Hij op, richtte zich met een dwingend woord tot de winden en de zee, en het water werd volmaakt stil.
De mensen stonden verbaasd en zeiden: 'Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?'