Uit de 1e brief van de heilige apostel Petrus 2,2-5.9-12.
Broeders en zusters, weest als pasgeboren kinderen begerig naar de geestelijke,
onvervalste melk, die u wasdom zal schenken ter zaligheid.
Gij hebt immers al geproefd van de zoetheid des Heren.
Treedt toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen
maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God.
Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel.
Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.
Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk,
bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht:
gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd.
Dierbare vrienden, ik vraag u als vreemdelingen en ballingen u te onthouden van zondige lusten die strijd voeren tegen de ziel.
Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven; dan zullen zij die u nu als boosdoeners belasteren,
bij nader toezien God om uw goede daden verheerlijken, op de dag dat Hij komt rechtspreken.
Psalmen 100(99),2-3.4-5.
Juicht voor de Heer, alle landen
dient met blijdschap de Heer
treedt onbezorgt voor zijn aanschijn;
Waarlijk de Heer is God.
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde zijn volk.
Trekt met een lied door zijn poorten,
komt in zijn voorhof met zang.
Zegent zijn Naam en eert Hem
Hij is ons goed gezind,
eindeloos is zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 10,46-52.
In die tijd kwam Jezus, vergezeld van zijn leerlingen in Jericho. Maar toen ze
vergezeld van een flinke menigte, uit Jericho wegtrokken,
zat een blinde bedelaar, Bartimeüs, de zoon van Timeüs, langs de weg.
Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was,
begon hij luidkeels te roepen: 'Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!'
Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep nog veel harder:
'Zoon van David, heb medelijden met mij!'
Jezus bleef staan en zei: 'Roep hem eens hier.' Ze riepen de blinde toe:
'Heb goede moed! Sta op. Hij roept u.'
Hij wierp zijn mantel af, sprong overeind en kwam naar Jezus toe.
Jezus vroeg hem: 'Wat wilt ge dat Ik voor u doe?' De blinde antwoordde Hem:
'Rabboeni, maak dat ik zien kan!'
En Jezus sprak tot hem: 'Ga, uw geloof heeft u genezen.'
Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.