24 november 2020

Brief van de bisschop aan wie zich inzet voor de kerkmuziek

Liefde voor de kerkmuziek ten dienste van de liturgie in de parochies

Bij gelegenheid van de gedachtenis van St. Caecilia (22 november) heeft bisschop Van den Hende een brief geschreven aan allen die zich als vrijwilliger en als professional inzetten voor de kerkmuziek ten dienste van de liturgie in de parochies in het bisdom. “Ik ben mij ervan bewust dat de coronapandemie ook heel specifiek de activiteiten van koren en kerkmusici heeft geraakt en beperkt”, schrijft de bisschop.

“Bijzonder is om in deze tijd te zien hoe in verschillende parochies koorleden zich toeleggen op de taak van voorzanger en cantor, ondersteund en begeleid door een organist. In die zin zit de praktijk van de liturgische taak van cantor in de lift. Door die inzet kan er toch sprake zijn van liturgische zang in de vieringen waar noch koren noch de aanwezige gelovigen als gemeenschap kunnen zingen.”

De bisschop groet allen die actief betrokken zijn bij de liturgische muziek in de parochies van harte. “Waar veel mensen in de samenleving en in de Kerk zich alleen voelen of stilstand ervaren als gevolg van de coronapandemie, besef ik als bisschop dat in deze tijd die ondervinding ook leeft bij koorzangers en kerkmusici, wanneer er nauwelijks repetities en kerkmuzikale ontmoetingen doorgang kunnen vinden.”

“Ik hoop en bid dat u uw liefde voor de kerkmuziek ten dienste van de liturgie in onze parochies weet te bewaren, en dat u zich blijft inzetten voor de liturgische zang, al is het zingen in de kerk ook in de komende tijd noodgedwongen beperkt en niet uitbundig. Ik spreek het vertrouwen uit dat we in onze parochies met uw hulp en inzet als vrijwilligers en professionals op het terrein van de kerkmuziek, juist ook in coronatijd de lofzang Gods op bescheiden wijze voortzetten, indachtig de aansporing in de brief aan de Efeziërs: ‘zingt en speelt voor de Heer van ganser harte, zegt voor alles dank aan God de Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus’ (Efeziërs 5, 19b-20).”